Ik ben goed!

juni 2020

Een aantal maanden geleden woonde ik een workshop bij van Joe Dispenza. In een zaal met 1500 geïnteresseerden begon hij zijn workshop met een uitnodiging aan het publiek: “wendt je tot de persoon naast je en zeg tegen hem of haar: ik ben een geweldig persoon, ik ben zo goed en fantastisch, ik ben geniaal”.

Ineens veranderde de stemming in de zaal. De stilte van het wachten op wat ging komen veranderde in rumoer. Overal werd geschuifeld, mensen keerden zich om in de stoelen en de overgrote meerderheid voerde zijn impliciete uitnodiging direct uit. Ik keerde mij tot mijn metgezel en vertelde haar lachend dat ik geweldig was en mij fantastisch voelde. En ondanks dat ik het lachend deed en er de lol wel van in zag voelde dat vreemd. Je zegt niet tegen iemand dat je goed en geweldig bent. Maar, waarom eigenlijk niet?


ik ben het beste dat mij ooit is overkomen.


Iedereen vindt zich zelf toch het beste? Althans, dat vind ik wel. Voor mijzelf ben ik de beste, ik ben het beste dat mij ooit is overkomen. En als iedereen zichzelf het beste vind, dan kan iemand anders dat niet meer zijn. Toch zie ik dagelijks zoveel mensen die zichzelf niet het beste vinden. Zij vinden anderen veel beter dan zijzelf, want anderen kunnen het veel beter dan zij. Anderen zijn veel slimmer, zijn veel duidelijker in wat ze willen, kunnen de drukte veel beter aan. Als ik zou kunnen wat hij of zij kan, nou dan wist ik het wel, dan zou ik een veel gelukkiger leven hebben. Het is blijkbaar fijn ons te spiegelen aan de ander in de wetenschap dat wij minder goed zijn. We denken te weten dat de ander beter is. En direct vergeten wij ons zelf, schilderen we onszelf af als minder getalenteerde, minder geschikte mensen.


gelukkig hebben we er allemaal last van.


Dit gebeurt gelukkig op alle niveau’s in onze maatschappij. Van directeur tot fabrieksarbeider, van salesmanager tot kantine-juffrouw, van paus tot kerkganger, van Tweede Kamerlid tot stratenmaker. Iedereen heeft in meer of mindere mate last van het fenomeen dat de ander beter is.

En terwijl wij denken dat die ander beter is, denkt die ander dat van ons. Want die ander heeft last van dezelfde angsten. In meer of mindere mate, maar die heeft er net als ons ook last van.


dat innerlijk gevecht geeft zoveel stress.


Dat gevoel, dat je minder bent dan de ander, dat je het niet kunt, dat je nooit zult bereiken wat die ander wel bereikt. Dat gevoel zorgt er voor dat je de druk af en toe niet kunt hanteren, dat je steeds ongelukkiger wordt en meer en meer verbeten wordt om het te veranderen. Maar dat is zo moeilijk, want je vecht tegen jezelf. Weet dan dat het zeker niet onmogelijk is. Dat het heel erg mee valt om van je angsten en belemmerende gedachtenpatronen af te komen. Veel gemakkelijker dan je denkt. En wanneer ze weg zijn is het gevecht tegen jezelf voorbij en heb jij gewonnen. Dan heb je jouw eigen stress overwonnen.


waar zijn we dan bang voor?


De volgende overtuigingen (basisgedachten of angsten) hebben wij in meer of mindere mate allemaal:

  • Ik maak altijd fouten en kan niets goed doen
  • Ik hoor er niet bij en ze zullen me toch wel weer in de steek laten.
  • Ik ben niet goed genoeg.
  • Ik moet altijd vechten want de wereld is onveilig.

En het is zo moeilijk ze te herkennen, laat staan dat je aan jezelf toegeeft dat jij ermee behept bent en dat ze heel veel intern leed bij je veroorzaken. Toen ik op het punt stond dat ik het aan mezelf moest toegeven dat ik er last van had voelde het als zwakte. Het voelde alsof ik aan mezelf moest toegeven dat ik een watje was, dat ik geen echte kerel was. Zo voelde dat. Gelukkig heb ik mijn mening 180 graden bijgesteld, want elk van mijn clienten die het onderkent roem ik om zijn of haar moed, want dat is de sleutel tot een leven zonder stress.


we hebben onze eigen angsten gecreëerd.


Wij hebben allemaal overtuigingen en angsten die ons stress geven, heel veel stress. Vaak herkennen we onze eigen angsten niet en als we ze herkennen willen we niet erkennen dat ze er zijn. We ontkennen ze glashard. Het lastige van deze angsten is dat ze niet reëel zijn. We hebben ze, maar ze zijn niet echt. We hebben ze zelf gecreëerd. In onze eigen brein, in een moment in ons leven dat we totaal geen benul hadden van de wereld om ons heen. Al deze angsten ontstaan in onze vroege jeugd en de aanleiding voor deze angsten kan zo verschrikkelijk klein zijn dat het onzinnig is om naar de oorzaken te zoeken.


je kunt er zonder.


Maar, stel je eens voor dat je afstand kunt nemen van deze overtuigingen en angsten. Dat je ze niet meer zou hebben. Dat je oprecht naar jezelf kunt kijken en zeggen: ik heb geen angsten of belemmerende overtuigingen. Dat je zonder stress en vanuit je hart leeft. Dan zou je tegen iedereen durven zeggen: “Ik vind mijzelf geweldig, ik voel mij goed, want ik doe de dingen die goed voelen voor mij.” 


blijf er niet mee lopen.... Doe iets.


Ik was jarenlang te stoer om toe te geven dat ik volledig geleefd werd door mijn angsten en beperkende en belemmerende gedachtenpatronen. Zelfs zo stoer dat ik ze volledig ontkende. Wees eens lief voor jezelf en kijk eens naar jouw angsten en gedachtenpatronen en accepteer ze voor wat ze zijn. Vraag om hulp en begrip. Bespreek het met je partner, vrienden, leidinggevende. Blijf niet rondlopen met jouw angsten, want dat geeft heel veel stress en stress is de garantie op een ongelukkig leven.

Pas toen ik lief werd naar mezelf en mezelf niet meer verweet dat ik die angsten had en aan mezelf durfde toe te geven dat ik vol met angsten zat was de oplossing heel dichtbij. Want zonder die belemmerende gedachtenpatronen en angsten heeft stress geen kans meer. Gun jezelf dat je lief bent voor jezelf en ga op een interne ontdekkingstocht en realiseer je dat 95% van jouw angsten niet reëel zijn, ook al voelen ze zo.